Start Nieuws Archief
Van Brero & Breugem
Project Material Control B.V. (PMC)
Q8 Rokkeveen
Misi
Shell Nederland
Nationale Nederlanden
@Meer Financial Services
Pragmaat Realisatiemanagers
Thermo-Electra Temperature sensor solutions
Aannemersbedrijf VDS - Den Haag
NOC NSF
Vluchtig PDF Afdrukken E-mailadres
vrijdag 24 december 2010 11:40

Je kunt het niet worden. Je bent het.
Het verdwijnt nooit meer. En het zijn top-ervaringen.
Neem je medespelers en tegenstanders serieus?
Ja. Ze mogen meedoen om te delen in de verwarring.
Wanneer merkte je dat je het kon?
Bij de allereerste keer.
Ik wist zeker dat ik een “vlucht”leider was!

 

Het maakte me niet uit waar of in welk team: 3e klas kring t/m hoofdklasse -en alles wat er tussenin zit - op training of in wedstrijden (belangrijke of onbelangrijke). Ik droomde daar dan ook 24 uur per dag van. Natuurlijk waren er betere waterpoloërs dan ik, maar op dat gebied versloeg ik iedereen; tenslotte kan niemand 25 uur per dag dromen, dus ik was onovertroffen. Velden met drijvende doelen hadden veruit mijn voorkeur. Niets is mooier dan een drijvend doel dat traag op het kabbelende water ongeduldig op de aanraking van de bal wacht, de keeper in de veronderstelling latend dat deze er ook maar iets aan zou kunnen veranderen. Uiteindelijk dwong je het doel die ene centimeter zijwaarts om jouw moment te laten uitkomen: je scoorde. Heel vaak was dat moment niet het allerbelangrijkste, het ultieme lag meer in de euforie van het Weten. Die momenten had ik vaak: als ik nu de bal aangespeeld krijg, dan gaat’ie er op die manier in. Die sensatie dat in een honderdste van een seconde die werkelijkheid zich ook inderdaad voordoet en uitkomt, is vele malen mooier dan het scoren op zich.
Volgens een Amerikaanse psycholoog bevind je je dan in de zone. Een soort roes (flow) waarin alles klopt, uitkomt en vanzelf lijkt te gaan.

Scoren is zoveel meer, muziek achter in je hoofd, maar ook een oerdrift om die bal in het doel te krijgen. Maar de rake boogbal is een wonder, het liefst vanaf links een meter of drie buiten de palen en net binnen de vijf meter; beweging als van een hard schot, iets meer van onderuit de arm werpend, af laten draaien langs de duim, bijna achteloos vanuit de schouder bewegend, wetend dat’ie in dat drijvende doel valt, zonder interventie van lat of paal, nog even opstuitend op de drijver, traag het net bollend, zodat de bal je nog even het gevoel gaf: hier hoor ik thuis.
Je voelt de totale beheersing over jezelf, de bal en de tegenstander naar je hoofd stromen, hier doe je het allemaal voor.

Iets minder, maar nog altijd een voldaan gevoel schenkend is de pass, de unieke pass. Millimeterwerk, een kunstje over 8 tot 20 meter. Helaas ben je afhankelijk van de ontvangende medespeler. Bij het loslaten van de bal is de baan van de bal bepaald, niets brengt daar nog verandering in. De enige zekerheid is dat de zwaartekracht hem omlaag brengt. De medespeler zwemt langer door, stopt eerder, kijkt te laat of niet, enz., enz.: de pass wordt als mislukt beschouwd, boegeroep, coach kwaad over het balverlies en jij blijft achter als de grote onbegrepene. Want jij had gelijk: de pass was perfect.
Zo’n bal over ca. 15 meter als op een presenteerblaadje: stilliggend in de lucht zonder effect, droog op de voorbestemde hand waaruit als het even kon ook nog gescoord wordt, geeft bijna hetzelfde gevoel, bijna.

De mooiste?
Tegen AZC, in het nieuwe bad “De Thermen” in Alphen. Min of meer zoals hierboven omschreven, maar dan op 9 meter van het doel met daarin de keeper van het Nederlands team. Stand 0-0, eerste periode, tijd 3.58 (aflopend), speeltijd 4x 9(!): uitworp keeper, bal krijgen even over de middenlijn en in één beweging van vangen door naar De Boogbal: 0-1. Dus “weten” : geef mij die bal, dan leg ik ‘m erin, met die keeper iets te ver voor z’n doel. En dat gebeurt dan ook. Sensationeel gevoel, ondanks het 9-1 verlies.

Ik ben me er van bewust dat dit verhaal even vluchtig is als alles in het leven. En dat het hartstochtelijk “vlucht aan de bal geven” voor mij de sportvoldoening is – als belangrijkste bijzaak in het leven – die jullie echt geen slapeloze nachten zal bezorgen, hetgeen overigens ook niet de opzet is. Opzet is wel dat je jezelf een doel stelt, hoe onbetekenend dit soms ook voor anderen kan zijn, daaraan vasthoud en tracht te verwezenlijken en niet vlucht in onbetekenend tijd verdoen op wat voor manier dan ook. Dan ben je een vluchtlijder en dat wens ik niemand toe.
Wel wens ik een ieder datgene toe, wat hij of zij van het komend jaar verwacht, en dat in alle gezondheid.

Op een niet vluchtig 2011!!!

 Cees Loendersloot